“Tempo doeloe is nu echt verleden tijd”

“Dit is een project dat ik al heel lang wilde doen. Het is na mijn promotie in een stroomversnelling gekomen”, zegt Coen van ’t Veer over het boek “De postkoloniale spiegel – De Nederlands-Indische letteren herlezen”. De Ridderkerker vormde voor deze nieuwe canon van de Nederlands-Indische literatuur de redactie met de hoogleraren Rick Honings en Jacqueline Bel: “Zonder schrijvers te veroordelen leggen we wel de vinger op de zere plek.”

Bijna twee jaar geleden promoveerde Coen van ’t Veer met “De kolonie op drift”, een dissertatie over boeken die werden geschreven over reizen per mailboot tussen Nederland en Indië in de jaren 1850 en 1940. Hij geeft hiermee een beeld van hoe er toen over rangen en standen werd gedacht.

Voor “De postkoloniale spiegel” hebben 25 onderzoekers de Nederlands-Indische literatuur met eenzelfde kritische blik onder de loep genomen. “De boektitel is het hedendaagse antwoord op De Oost-Indische Spiegel, een in 1972 verschenen literatuurgeschiedenis van wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven. Het omslag, een krachtige tekening van Peter van Dongen, laat in een oogopslag de werkelijkheid zien. Een gebroken spiegel met het klassieke idyllische beeld van Oost-Indië met door het gat een blik op de inheemse bevolking die het toch echt anders heeft beleefd.”

Koloniaal denken
In het boek staan uitgebreide beschouwingen over het werk van onder meer Multatuli, Couperus en Du Perron en naoorlogse schrijvers als A. Albers, Marion Bloem, Jeroen Brouwers en Adriaan van Dis. Met daarbij ook voor het grote publiek minder bekende namen is de Nederlands-Indische literatuur vanaf de negentiende eeuw tot heden gewogen. Op de postkoloniale weegschaal blijkt zelfs Max Havelaar niet van alle smetten vrij.

“Het is natuurlijk niet zo verwonderlijk dat schrijvers in een koloniale tijd zelf ook koloniaal dachten. Dat was hun wereldbeeld. Dat beeld is natuurlijk niet zuiver op de graad als je leest hoe er over de inheemse bevolking of een andere religie werd gedacht. De ideologie die daarin zit, werkt nog steeds door in onze maatschappij. Ook nu is er nog steeds sprake van uitsluiting en het niet openstaan voor andere culturen, religies en genderposities”, benadrukt Van ’t Veer.

Verleden tijd
Ook hedendaagse schrijvers blijken er, ondanks hun goede bedoelingen, niet helemaal los te kunnen komen. Zij doen met hun persoonlijke herinneringen de bevolking van de vroegere kolonie tekort. “Het leven in voormalig Nederlands-Indië wordt vaak beschreven als leven in een paradijs. Maar een paradijs voor wie? En wie hebben voor dat paradijs de tol moeten betalen”, licht Coen van ’t Veer toe.

Activistisch of ‘woke’ wil hij het boek zeker niet noemen. Hij ziet het wel als een vertrekpunt om in het reine te komen met ons koloniale verleden: “Niet meer met het romantische gevoel van tempo doeloe in de verhalen. Tempo doeloe betekent verleden tijd. En het beeld dat vaak is opgeroepen, is nu echt verleden tijd.”

Van ’t Veer hoopt dat het boek hét standaardwerk wordt voor iedereen die zich in de Nederlands-Indische letterkunde wil verdiepen.

“De postkoloniale spiegel” (536 pagina’s) is in de boekwinkel verkrijgbaar voor € 49,50.

Door: BAR Lokale Media, deze week te lezen in De Combinatie.