Troostradio: Nabijheid

De lokale kerken in Ridderkerk bieden in samenwerking met RTV Ridderkerk Troostradio: een korte, gesproken column als bemoediging en troost. Troostradio verbindt inwoners van Ridderkerk in tijden van de coronacrisis.

Troostradio wordt uitgezonden op maandag, woensdag en vrijdag 1x in de ochtend en 1x in de middag in het reclameblok vóór 11 en 18 uur.

Deze keer wordt de bijdrage verzorgd door Ds Herman Offringa van de Geref. kerk in Rijsoord. De tekst wordt direct gepubliceerd zodat u kan mee– en teruglezen. Een overzicht van alle reeds uitgezonden afleveringen is op deze pagina te vinden.

Bijdrage Ds Herman Offringa van de Geref. kerk in Rijsoord beluisteren, woensdag 17 juni 2020.



Nabijheid

Eén van de basisregels van deze uitzonderlijke tijd is dat wij 1,5 meter afstand tot elkaar moeten bewaren. In de praktijk blijkt dit voor ons mensen nogal een opgave.

Afgelopen zaterdagmiddag, het was druk in de passage van Ridderkerk, verzuchtte een ongeduldige man in een rij: ‘Ze moeten die afstand maar wat inkorten tot één meter, want dit schiet niet op!’ Ja, soms is het ook nodig om verzet te plegen, om regels bij te stellen.

Het besef van afstand en nabijheid herinner ik me vooral uit mijn studietijd, toen ik naast alle leeswerk – veel zitten – ook wat aan mijn conditie wilde blijven doen. Nu ben ik ben meer iemand van de buitensporten, maar ik koos toen voor karate, een in Japan ontwikkelde verdedigingssport. Je doet dat op een club en komt zodoende nog eens ándere mensen tegen dan alleen de eigen, kleine kring van studenten. Ik heb deze sport met plezier beoefend. Wat mij van karate vooral is bijgebleven is de nabijheidszone: als je binnen een bepaalde straal van een ander persoon komt, dan kan hij of zij je een flinke tik verkopen en zul je je moeten verdedigen. Wat dat aangaat lijkt mij anderhalve meter een veilige afstand.

Het creëert een ruimte waarin je je vrij kunt bewegen.

Ik vind het heel bijzonder dat wij onszelf deze regels opleggen. De Nederlandse rechtsgeleerde en schrijver Hugo de Groot (1583-1645) zou daarmee instemmen. Hij vond dat wij zèlf onze wetten moesten maken, zorgen dat zaken goed zijn geregeld.

In en om geloofsgemeenschappen, zoals de kerk zijn mensen veelal van mening dat God ons leven bestuurt, dat Hij ons zijn woord geeft als richtsnoer voor ons leven. Nu worden Bijbelse regels nooit overbodig, ze zijn nooit ver weg (Deuteronomium 30,11-14). En soms is het goed om even rustig afstand te nemen, een moment van bezinning te kiezen, om mensen in een juist perspectief te plaatsen, om verstoorde verhoudingen te herstellen, om te komen tot een nieuw evenwicht.

Er is een Joodse vertelling waarin een leerling aan zijn leraar vraagt: ‘Hoe kan het toch, dat iemand die aan God hangt en zich Hem nabij weet, soms een onderbreking en verwijdering meemaakt?’ De leraar gaf als antwoord: ‘Als een vader zijn zoontje wil leren lopen, zet hij het eerst voor zich neer en houdt zijn eigen handen aan twee kanten dicht bij hem, opdat het niet valt en zo loopt het jongetje tussen vaders handen op vader toe. Maar zodra hij dicht bij de vader komt, trekt die zich een beetje terug en houdt de handen verder uit elkaar, en zo maar door, om het kind te leren lopen.’ 

Nee, die anderhalve meter maatregel zullen we niet snel vergeten. Wie weet wordt het straks toch één meter. We blijven mensen. Als we het maar doen met het oog op de ander, onze naaste, die altijd dichtbij is.