Troostradio: Noodnormaal

De lokale kerken in Ridderkerk bieden in samenwerking met RTV Ridderkerk Troostradio: een korte, gesproken column als bemoediging en troost. Troostradio verbindt inwoners van Ridderkerk in tijden van de coronacrisis.

Troostradio wordt uitgezonden op maandag, woensdag en vrijdag 1x in de ochtend en 1x in de middag in het reclameblok vóór 11 en 18 uur.

Deze keer wordt de bijdrage verzorgd door Ds Martin de Geus van de Levensbron. De tekst wordt direct gepubliceerd zodat u kan mee– en teruglezen. Een overzicht van alle reeds uitgezonden afleveringen is op deze pagina te vinden.

Bijdrage Ds Martin de Geus van de Levensbron beluisteren, maandag 25 mei 2020.



Noodnormaal

Het is maar een wóórd. En toch wil ik er even uw speciale aandacht voor vragen. Niet omdat ik zelf nu eenmaal ook een man van woorden ben. Maar omdat woorden nu eenmaal ook symbolen zijn. Een teken dat mij iets laat zien wat werkelijk bestaat, maar wat ik zonder dat teken zomaar over het hoofd zou kunnen zien. Of misschien zie ik het wel, maar kan ik het niet goed plaatsen. Dan kan een woord mij helpen om het beter te begrijpen. En begrijp ik het beter, dan kan ik er ook beter mee omgaan, en er zo nodig ook beter naar handelen.

Daar ligt het grote belang van woorden, waarom we ook zo goed op onze woorden moeten letten: omdat ze ons de weg kunnen wijzen, maar ook zomaar op een dwaalspoor kunnen brengen. 

En daarom zou ik u vandaag ook graag een nieuw woord aan de hand willen doen. Een woord dat ons volgens mij juist in deze tijd goed van pas zou kunnen komen. Beter dan de twéé woorden die ons voorhouden dat we moeten wennen aan een ‘nieuw normaal’. Want ik weet niet hoe dat u vergaat. Maar ik hoor daarin dat het vorige normaal nu voorgoed is afgeschaft, en dat we nu dus moeten overstappen op een ander normaal, dat voortaan ook altijd zal blijven gelden. Dus bijvoorbeeld dat we nóóit meer handen zullen kunnen schudden, laat staan elkaar kunnen omhelzen, omdat het ‘nieuwe normaal’ ons voorschrijft om voortaan minimaal anderhalve meter afstand van elkaar te houden. 

Maar volgens mij is dat een lapmiddel, een tamelijk klungelige, onbeholpen noodmaatregel, waar we ons nu dan inderdaad even aan moeten houden, dat helaas wel, maar waar we straks, zo gauw het weer kan, zo snel mogelijk van af moeten.

En daarom zou ik zeggen: noem dat dan ook zo. En spreek daarom ook niet van een ‘nieuw’ normaal. Nee, laten we het voortaan liever hebben over ‘noodnormaal’.

En dan moet u niet denken dat ik zeker verkouden ben, en eigenlijk bedoel: doodnormaal. Want dàt betekent nu juist dat het nieuwe normaal volstrekt gebruikelijk zou moeten worden. Maar ik bedoel juist dat het alleen tijdelijk gebruikelijk moet blijven, en dat we het daarna weer onmiddellijk moeten opdoeken. Dus alleen noodnormaal.

Maakt dat dan wat uit, zo’n woord? Voor mij wel. En ik hoop ook eigenlijk voor u. Want zo’n woord erkent ook het rechtmatige verlangen dat we houden om elkaar, na de crisis, ook weer eens even vast te kunnen pakken. Want dat is doodnormaal menselijk. Even een hand op elkaars schouder te kunnen leggen. Een high five te kunnen maken. Je vader of moeder, je dochter of zoon, je vrienden en vriendinnen te kunnen begroeten met een kus.

Het zou een zegen zijn. Want zulke gebaren zeggen nog méér dan een woord. Laten we daarom hopen ze weer gauw te kunnen en te mogen maken.