De lokale kerken in Ridderkerk bieden in samenwerking met RTV Ridderkerk Troostradio: een korte, gesproken column als bemoediging en troost. Troostradio verbindt inwoners van Ridderkerk in tijden van de coronacrisis.

Troostradio wordt uitgezonden op maandag, woensdag en vrijdag 1x in de ochtend en 1x in de middag in het reclameblok vóór 11 en 18 uur.

Deze keer wordt de bijdrage verzorgd door Ds Martin de Geus van de Levensbron. De tekst wordt direct gepubliceerd zodat u kan mee– en teruglezen. Een overzicht van alle reeds uitgezonden afleveringen is op deze pagina te vinden.

Bijdrage Ds Martin de Geus van de Levensbron beluisteren, maandag 13 april 2020.



Vandaag, Tweede Paasdag 2020, wil ik graag beginnen met een citaat uit het lijvige boek Vrienden van de bekende schrijver Tim Krabbé over zijn jarenlange connecties met het gezin van Ferdi E. 

Voor de jongeren die meeluisteren: op 9 september 1987 ontvoerde en vermoordde Ferdi E. de onbekende zakenman Gerrit Jan Heijn, broer van de veel bekendere Albert Heijn. Pas ruim een half jaar later liep E. tegen de lamp, op 6 april 1988. In de maanden daarvoor schreef hij de familie een hele serie afpersbrieven, en hield hij mèt hen – ook heel Nederland in de greep. Want niemand wist toen nog dat Gerrit Jan Heijn allang dood was. En de autoriteiten brachten de zaak meerdere keren voor de tv, waardoor iedereen kon meeleven.

Zo werd Ferdi E. de bekendste moordenaar van het land. En na zijn arrestatie bleef Krabbé hem volgen, tot zijn dood op 3 augustus 2009. En nóg weer 10 jaar later volgde dus dit boek, een zoektocht naar het ‘menselijke in dit unieke exces’. Want Krabbé wilde niet honen, maar tonen. En dat heeft hij inderdaad gedáán, bijna 800 bladzijden lang. Maar ik haal daar hier maar één zin uit, die mij als dominee het meest getroffen heeft – ik citeer:

‘Wie iets niet ziet, en daaruit afleidt dat het er niet is, mist veel’.

En ik haal die zin hier nu uit zijn verband. Maar hij had ook in de bijbel kunnen staan, als commentaar bij het verhaal van Thomas, één van de elf overgebleven discipelen van Jezus. Als enige was hij er namelijk niet bij geweest op de avond van Pasen, toen Jezus aan de anderen in levende lijve verschenen was. En ook een week later had hij Jezus nog altijd niet gezien.

En daarom geloofde hij die hele verschijning ook niet. 

Nee, Thomas geloofde alleen zijn eigen ogen. En verder geloofde hij natuurlijk, net als iedereen, in de dood als het absolute einde. Sterker nog: dat was zijn enige zekerheid. Net zoals wij vandaag nog zeggen: het enige wat je zeker weet, is dat je een keer doodgaat. Niet echt een fijn vooruitzicht. Maar het is niet anders. De dood kan geen mens verslaan.

Maar laat dàt nu net de boodschap van Pasen zijn: dat God dat wèl kan – en niet alleen kan, maar ook echt zal doen. Dat zijn liefde de dood overwint. En dat Jezus daarvan op voorhand al het levende bewijs is. En er zijn dus mensen die dat hebben gezien, en het zelfs toen eerst nog niet konden geloven. Want ze hadden natuurlijk hetzelfde geloof als iedereen in de almacht van de dood. 

Dus wat je gelóóft, kan je ook blind maken. En wat je niet ziet, kun je maar moeilijk geloven – een vicieuze cirkel. Maar als je daaruit afleidt dat Pasen daarom niet bestaat, dan maak je wel een ernstige denkfout. Erger: dan leg je je vast op een onbewezen doemscenario. En dan mis je dus véél inderdaad. Terwijl je juist zo véél kunt winnen. Want dat is precies wat de opgestane Jezus tegen Thomas zei:

‘Gelukkig word je als je niet ziet, en toch gelooft’.